Calciumregulerende middelen

Patiënteninformatie

Versie:
1.0
Publicatiedatum:
12 november 2019

Botversterkende medicijnen bij een behandeling tegen kanker

 

Uw arts heeft met u besproken waarom u botversterkende medicijnen nodig heeft. Op deze pagina vindt u hierover informatie:

  • Waar u op moet letten voorafgaand aan de behandeling.
  • Bijwerkingen van botversterkende medicijnen en wat u zelf kunt doen
  • Bij wie u terecht kunt met vragen.
  • Wanneer u contact moet opnemen met het ziekenhuis, uw huisarts of uw tandarts.

Waarom botversterkende medicijnen

U gaat beginnen met een behandeling met botversterkende medicijnen, zoals APD, Zoledrinezuur of Denosumab. Botversterkende medicijnen kunnen:

  • Bij hormoontherapie de kans op botontkalking verkleinen.
  • Het risico op complicaties (bijvoorbeeld botafbraak of botbreuken) veroorzaakt door de ziekte of door uitzaaiingen in het bot verkleinen.
  • De hoeveelheid calcium (kalk) in uw bloed verlagen wanneer deze te hoog is ten gevolge van de aanwezigheid van een tumor.

Waar moet u op letten voorafgaand aan de behandeling

Een zeldzame, maar ernstige bijwerking van botversterkende medicijnen is osteonecrose, ofwel beschadiging van het bot. Botbeschadiging komt het meest voor in de kaak. Het kan spontaan optreden tijdens de behandeling of bij een tandheelkundige ingreep, zoals het trekken van tanden. Ook kan dit nog ontstaan nadat u met de behandeling bent gestopt. Bezoek voor u begint met de medicijnen, uw tandarts of mondhygiëniste om uw gebit te laten nakijken en zo nodig te behandelen.

 

Het risico op beschadiging van kaakbot is groter:

  • Als u verschillende behandelingen voor kanker krijgt.
  • Bij tandvleesaandoeningen.
  • Na het trekken van een kies of plaatsen van een implantaat door de tandarts.
  • Als u niet regelmatig voor controle naar de tandarts gaat.
  • Als u eerder behandeld bent met een botversterkend medicijn.
  • Als u rookt.

Waar moet u op letten tijdens de behandeling

  • Poets uw tanden en tong na elke maaltijd en voor het slapen gaan. Spoel de mond goed na.
  • Poets met een zachte borstel.
  • Houd uw mond goed vochtig door regelmatig wat te drinken.
  • Laat uw gebit elk half jaar controleren bij de tandarts. Laat de tandarts weten dat u behandeld wordt met botversterkende medicijnen.
  • Mocht er een tandheelkundige ingreep gedaan moeten worden, overleg dan eerst met uw oncoloog.
  • Als u een kunstgebit draagt: zorg dat deze goed past.

 

Als dit voor u van toepassing is: stop met roken. Roken maakt de kans op botbeschadiging groter.

Bijwerkingen van botversterkende medicijnen

Vaak (bij 10 tot 30 op de 100 mensen):

  • Griepachtige verschijnselen, in de eerste drie dagen na het infuus. U kunt hiervoor paracetamol innemen. Raadpleeg uw arts als deze klachten niet overgaan na 1-2 dagen of als de klachten ernstig zijn.

 

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen):

  • U kunt hiervoor paracetamol innemen.
  • Pijn in gewrichten, spieren en botten. Heeft u hier veel last van, neem dan contact op met de arts.
  • Vermoeidheid en duizeligheid. Rust wat vaker en verander niet te snel van houding (omdraaien, opstaan).
  • U kunt dit merken aan een bleke huid, bleke slijmvliezen en erge vermoeidheid. Neem in dit geval contact op met uw arts.
  • Overleg met uw arts als u wazig of slecht gaat zien of bij een rood of pijnlijk oog.
  • Maagdarmklachten in de eerste dagen na het infuus. Misselijkheid, braken, geen eetlust, buikpijn, verstopping, diarree, winderigheid, ontstoken slokdarm. Neem contact op met uw arts als u hier veel last van heeft.

 

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen).

  • Botbeschadiging van de kaak of oor is een zeldzame, maar ernstige bijwerking. Bij beschadiging van het kaakbot kunt u last krijgen van:
  • Loszittende kiezen en/of tanden
  • Pijn
  • Zwelling van het kaakbot
  • Zweren en/of pus in uw mond
  • Overgevoeligheid: dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts. In zeldzame gevallen is er sprake van een allergische reactie. Dit merkt u aan kortademigheid, zwelling van gezicht en keel. Neem direct contact op met uw arts of de spoedeisende hulp.

 

In de bijsluiter van het medicijn vindt u meer informatie over alle mogelijke bijwerkingen.

Bij wie kunt u terecht met vragen

Voor vragen kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek oncologie van het ziekenhuis waar u wordt behandeld.

 

Voor vragen die niet kunnen wachten, kunt u buiten kantooruren, contact opnemen met  de 24 –uurs bereikbaarheid van het ziekenhuis waar u wordt behandeld.  De oncologieverpleegkundige zal u over de bereikbaarheid informeren.