Cervixcarcinoom (baarmoederhalskanker)

Medische informatie

Versie:
3.3
Publicatiedatum:
10-01-2024

Achtergrondinformatie

De diagnose cervixcarcinoom kan worden gesteld door een gynaecoloog in elk ziekenhuis. Er wordt een onderscheid gemaakt naar stadium van de ziekte, waarbij het narcoseonderzoek voor de verder gevorderde stadia een belangrijk onderdeel van de stadiëring is. Het narcoseonderzoek wordt volgens de in het MCN (Managed Clinical Network) Noord Nederland gemaakte afspraken in het UMCG verricht. De gynaecoloog is hoofdbehandelaar en primair verantwoordelijk voor de oncologische registratie. Alle patiënten worden besproken in het gynaecologisch MDO in het UMCG en op de wekelijkse Friese gynaecologie-oncologie patiëntenbespreking. Hierbij is een internist-oncoloog als vertegenwoordiger van de Friese ziekenhuizen aanwezig.  Aanmelding voor deze bespreking gaat in principe via de gynaecoloog, maar kan ook via een internist-oncoloog in overleg met gynaecoloog of radiotherapeut die bij deze bespreking betrokken zijn plaatsvinden.

De hoofdbehandelaar gynaecoloog is verantwoordelijk voor de eerste overdracht van gegevens en de patiënt wordt zowel naar radiotherapeut als internist-oncoloog in Leeuwarden verwezen.

 

De behandeling van de hogere stadia bestaat uit chirurgie middels een Wertheim Meigs operatie. Bij ongunstige kenmerken wordt postoperatief gekozen voor adjuvante chemoradiotherapie. Indien er geen primaire chirurgie mogelijk is wordt gekozen voor curatieve radiochemotherapie. Radiotherapie is het belangrijkste onderdeel van deze behandeling, waarbij na het uitwendige deel van de radiotherapie ook inwendige radiotherapie ( brachytherapie) gegeven wordt. Uitwendige radiotherapie wordt in Leeuwarden op het RIF en brachytherapie ( meestal 3 sessies met opname) wordt op de afdeling Radiotherapie UMCG gegeven. De chemotherapie wordt in Leeuwarden gegeven.

 

De voorkeursbehandeling bij recidief of gemetastaseerd cervixcarcinoom bestaat uit een combinatie van chemotherapie en immunotherapie. Patiënten dienen hiervoor verwezen te worden naar het UMCG. Deze behandeling kan verricht worden onafhankelijk van het soort cervixcarcinoom of de PD-L1 expressie. Indien er contra-indicaties zijn voor immunotherapie kan de patiënt worden behandeld met combinatie cisplatine-paclitaxel en bevacizumab.  

De chemotherapie die ook gebruikt kan worden is carboplatine/paclitaxel of monotherapie carboplatine.  Radiotherapie kan op indicatie weer een zinvolle palliatieve optie zijn.

Studiedeelname

Er wordt bij iedere behandeling eerst gekeken of de behandeling in de Friese regio in studieverband kan plaatsvinden, omdat dit voor de vooruitgang bij de behandeling van baarmoederhalskanker in zijn algemeen en soms ook voor de patiënt zelf voordeel op kan leveren. Er wordt als er geen studie in de Friese regio is of geen standaard behandeling is gekeken naar mogelijkheden andere landelijke studiedeelname. Beoordeling voor deelname aan trials wordt besproken in de Friese gynaecologie-oncologie patiëntenbespreking.

Behandelingen adjuvant/curatief

Standaardbehandelingen adjuvant/curatief

Cisplatine i.c.m. radiotherapie adjuvant

Medicament

Dosis

Route

Dag

Cisplatine

40 mg/m2

i.v.

1

Duur cyclus (dagen)

7

Aantal cycli

5 of 6

Emetogeniteitsklasse

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

cervixcarcinoom

De behandeling vindt tussen 3-5 weken postoperatief cervixcarcinoom (Wertheim Meigs) plaats. 

Gekoppeld aan de duur van de radiotherapie worden er meestal 5 cycli cisplatine gegeven, maar als de radiotherapie langer duurt, dan kan een 6e kuur gegeven worden. De dosering cisplatine en schema van het adjuvante schema is gelijk aan het curatieve schema, maar in het curatieve schema wordt standaard, niet 5 maar, 6 cycli cisplatine gegeven.

 

Cisplatine i.c.m. radiotherapie curatief

Medicament

Dosis

Route

Dag

Cisplatine

40 mg/m2

i.v.

1

Duur cyclus (dagen)

7

Aantal cycli

6

Emetogeniteitsklasse

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

cervixcarcinoom

Indien er geen primaire chirurgie mogelijk is wordt het curatieve radiochemotherapie schema gebruikt. Gekoppeld aan de duur van de radiotherapie worden er meestal 6 cycli cisplatine gegeven, maar een 6e kuur vervalt soms i.v.m. de timing van de brachytherapie. De 6e cisplatine kuur moet nl. binnen de radiotherapie tijd (dus voor de laatste brachytherapie) vallen. De dosering cisplatine van het adjuvante schema is gelijk aan het curatieve schema, maar in het curatieve schema wordt standaard niet 5, maar 6 cycli cisplatine gegeven.

Behandelingen palliatief

De voorkeursbehandeling bij recidief of gemetastaseerd cervixcarcinoom bestaat uit een combinatie van chemotherapie en immunotherapie. Patiënten dienen hiervoor verwezen te worden naar het UMCG. Deze behandeling kan verricht worden onafhankelijk van het soort cervixcarcinoom of de PDL1 expressie. Indien er contra-indicaties zijn voor immunotherapie kan de patiënt worden behandeld met de combinatie cisplatine-paclitaxel en bevacizumab  

Standaardbehandelingen palliatief

Cisplatine-paclitaxel-bevacizumab 1e lijn palliatief

Medicament

Dosis

Route

Dag

cisplatine

50mg/m2

i.v.

1

paclitaxel

135-175mg/m2

i.v.

1

bevacizumab

15 mg/ kg

Iv

1

Duur cyclus (dagen)

21

Aantal cycli

Tot progressie, toxiciteit of bereiken complete respons

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

1e lijn Gemetastaseerd cervixcarcinoom,  WHO 0,1

 

Carboplatine-paclitaxel palliatief

Medicament

Dosis

Route

Dag

carboplatine

AUC 6 ( 5-7)

i.v.

1

paclitaxel

175mg/m2

i.v.

1

Duur cyclus (dagen)

21

Aantal cycli

6

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

Gemetastaseerd cervixcarcinoom, recidief (interval  > 6mnd) ovariumcarcinoom, gemetastaseerd endometriumcarcinoom

AUC= Area Under Curve, en wordt gebruikt bij de berekening van carboplatinee dosering de kreatinine klaring wordt berekend met de Cockroft Gault formule en de carboplatine dosering wordt vervolgens berekend volgens de Calvert formule.

Wereldwijd worden verschillende AUC doseringen carboplatine gebruikt. Meest gangbaar is AUC 6, maar keuze AUC 5-7 o.b.v. toxiciteit en afronding mag per individuele patiënt gemaakt worden.

 

Carboplatine palliatief

Medicament

Dosis

Route

Dag

Carboplatine

AUC 5 (evt. 6)

i.v.

1

Duur cyclus (dagen)

28

Aantal cycli

6

Emetogeniteitsklasse

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

Gemetastaseerd cervixcarcinoom, recidief (interval> 6 mnd) ovariumca, gemetastaseerd endometriumcarcinoom

AUC= Area Under Curve, en wordt gebruikt bij de berekening van carboplatine dosering de kreatinine klaring wordt berekend met de Cockroft Gault formule en de carboplatine dosering wordt vervolgens berekend volgens de Calvert formule.

Wereldwijd worden verschillende AUC doseringen carboplatine gebruikt. Meest gangbaar is AUC 6, maar keuze AUC 5-7 o.b.v. toxiciteit en afronding mag per individuele patiënt gemaakt worden.

Begeleidende behandelingen

Indien er een gemetastaseerd cervixcarcinoom is kan er begeleidende behandeling nodig zijn gericht op palliatie, dit kan in elk Fries ziekenhuis.

Dexamethason

Medicament

Dosis

Route

Dag

Dexamethason

2 x 8 mg

i.v.

1-4

Duur cyclus (dagen)

4

Aantal cycli

1

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico< 10%)

Indicatie(s)

Subileus bij paralytische ileus bij ascites en gemetastaseerd cervixcarcinoom, ovarium of endometriumcarcinoom

Bij dexamethason glucose controle. Bij dexamethason en NSAID of acetylsalicylzuur maagprofylaxe d.m.v. protonpompremmer starten.