ERposHERneg

Medische informatie

Versie:
6.0
Publicatiedatum:
05-06-2025
Auteur(s):
Drs. F.J. de Boer

Behandelingen (neo-) adjuvant/curatief

Doelen van (neo-)adjuvante systeemtherapie zijn het verlagen van de kans op afstandsmetastasen, locoregionaal recidief en het verbeteren van de kans op ziektevrije overleving.

Neo-adjuvante systeembehandeling kan gegeven worden indien pre-operatief al zeker is dat er een indicatie bestaat voor adjuvante systemische therapie. Voordelen van neo-adjuvante systeembehandeling zijn dat het informatie geeft over het effect van de systeembehandeling op de tumor, het eventueel mogelijk maken van borstsparende en/of okselsparende behandeling en verkrijgen van tijd om gendiagnostiek af te wachten.

 

Neo-adjuvante endocriene therapie

Endocriene therapie kan gegeven worden bij een tumor die ER en/of PR >10% positief is. Het duurt tenminste 3 maanden (maar vaak 6-9 maanden) tot er respons optreedt, waarbij in ieder geval 6 maanden neo-adjuvant voorbehandeld dient te worden. De endocriene therapie wordt post-operatief gecontinueerd voor in totaal 5-10 jaar.

Bij voorkeur wordt een aromataseremmer gegeven, bij premenopauzale vrouwen i.c.m. LHRH. Bij mannen wordt tamoxifen gegeven.

 

 (Neo-)adjuvante chemotherapie

Patiënten met mammacarcinoom tot 70 jaar (en eventueel 70+ indien zeer vitaal) komen postoperatief in aanmerking voor chemotherapie bij een te verwachten absolute 10-jaars (borstkankerspecifieke) overlevingswinst van tenminste 3-5%. Dit betreft vooral N+ en ongunstige N0 tumoren.

 

Indicaties voor (neo-)adjuvante chemotherapie bij ER positieve en HER2 negatieve tumoren:

  • N+ tumoren (behalve graad 1 <2cm)
  • Ongunstige N0 tumoren:
    • <35 jaar: graad 1 > 2 cm, graad 2 of graad 3 > 1 cm
    • ≥35 jaar: graad 1 > 3 cm, graad 2 > 2 cm, graad 3 > 1 cm

Bij patiënten < 40 jaar kan de ovariële functie gespaard worden door LHRH te starten (voor start van de chemotherapie) en te continueren als onderdeel van de adjuvante endocriene behandeling.

 

Tabel 1: 

Bron: richtlijnendatabase – Borstkanker (laatste update 07-02-2020)

Predictieve testen

Bij patiënten tot 70 jaar kan gebruik gemaakt worden van Predict (https://breast.predict.cam) om de prognose en winst op overleving met en zonder adjuvante behandeling te bespreken. Hierin wordt ook de Ki67 bepaling meegenomen. Wanneer er twijfel is over het wel of niet toevoegen van adjuvante chemotherapie (zoals in tabel 1 de blauw gearceerde en de oranje met * gearceerde indicaties), kan een genexpressieprofiel zoals de Mammaprint of OncotypeDX ingezet worden. Deze testen worden inmiddels vergoed bij vrouwen ouder dan 50 jaar met een ER positief en HER2 negatief invasief carcinoom NST, volgens onderstaande criteria.

 

N0:

  • graad 1 tumor met een grootte tussen de 3.1 en 5 cm; óf
  • graad 2 met een grootte tussen de 2.1 en 5 cm; óf
  • graad 3 met een grootte tussen de 1.1 en 2 cm

N1 (1-3 okselkliermetastasen):

  • graad 1 tumor met een tumorgrootte tussen de 2.0 en 5 cm; óf
  • graad 2 tumor met een tumorgrootte tussen de 0 en 5 cm.

 

Bron: Zorginstituut Nederland (2024)

 

Schema’s (neo-)adjuvante chemotherapie ERposHER2neg

  • standaard:
    • 4x tweewekelijks dose dense adriamycine/cyclofosfamide gevolgd door
      12x wekelijks paclitaxel

      • alternatief is adriamycine/cyclofosfamide driewekelijks te geven wanneer dose dense niet goed verdragen wordt
  • bij kwetsbare patiënt of contra-indicatie anthracycline:
    • 4-6x driewekelijks docetaxel/cyclofosfamide

 

Alternatieven adjuvante chemotherapie (die minder effectief zijn):

    • 3x FEC gevolgd door 3x docetaxel (bij neurotoxiciteit)
    • 4-6x AC (bij neurotoxiciteit)
    • 6x CMF (oraal; bij neurotoxiciteit en verminderde cardiale functie)
  • na neo-adjuvant:
    • bij residuale ziekte na neo-adjuvante chemotherapie wordt in principe geen adjuvant capecitabine gegeven
      ( de winst van adjuvant capecitabine wordt in de Create-X studie vooral bij triple negatieve tumoren gezien en geeft wel kans op toxiciteit)

Adjuvante endocriene therapie

Er is een indicatie voor adjuvante endocriene behandeling bij tumoren met ER >10% en/of PR >10% volgens onderstaand schema, waarbij dit onafhankelijk van leeftijd en HER2 status is. Bij patiënten tot 70 jaar kan gebruik gemaakt worden van Predict (https://breast.predict.cam) om de prognose en winst op overleving met en zonder adjuvante behandeling te bespreken.

 

Tabel 2: indicaties adjuvante endocriene therapie

Bron: richtlijnendatabase – Borstkanker (laatste update 07-02-2020)

Schema’s adjuvante endocriene therapie

Pre-menopauzaal:

  • tamoxifen gedurende 5 jaar, N+ eventueel tot 10 jaar
  • overweeg bij jonge vrouwen met een indicatie voor chemotherapie om de ovariële suppressie (bijvoorbeeld middels LHRH) adjuvant voort te zetten bij behandeling met tamoxifen, indien de premenopauzale status persisteert
  • bij een contra-indicatie voor tamoxifen valt een aromataseremmer met LHRH-agonist te overwegen

 

Post-menopauzaal:

  • sequentiële behandeling met tamoxifen gevolgd een aromataseremmer (of omgekeerd, totaal 5 jaar, switch na 2-3 jaar) of een aromataseremmer gedurende 5 jaar
  • bij contra-indicatie voor één van beide middelen: behandeling gedurende 5 jaar met het andere middel
  • overweeg bij N+ (macrometastase) of grote tumoren 2 tot 5 jaar verlengde endocriene therapie toe te voegen middels een aromataseremmer (met name bij ER+ en PR+ conform DATA trial), of tamoxifen bij patiënten die eerder 5 jaar tamoxifen gebruikt hebben en een contra-indicatie voor een aromataseremmer hebben). Bij verlengde endocriene therapie moeten ook de bijwerkingen meegenomen worden in de besluitvorming
  • bij hoog risico tumoren kan toevoegen van een bisfosfonaat overwogen worden (zie sectie ondersteunende middelen) 
  • Nb een aromataseremmer werkt alleen bij afwezigheid van ovariële functie, bij twijfel FSH, LH en oestradiol bepalen

 

Mannen:

  • Tamoxifen

 

Er is vooralsnog geen plaats in Nederland voor adjuvant gebruik van CDK4/6 remmers. Voor eventuele adjuvante PARP-remmers is ook nog geen vergoeding.

 

Timing en volgorde

Chirurgie, radiotherapie en systeemtherapie timing en volgorde

Endocriene therapie kan rond de operatie of bestraling worden gecontinueerd.

De adjuvante endocriene therapie wordt bij voorkeur binnen 5 weken na de operatie gestart. Indien de patiënt neo-adjuvante chemotherapie heeft gehad, kan de endocriene therapie ook al pre-operatief na afronden chemotherapie worden gestart.

Bij N0 volgt postoperatief eerst bestraling en daarna start de chemotherapie >2 en <5 weken vanaf de laatste bestralingsdatum (vanwege kans op flare-up radiotoxiciteit niet eerder).

Bij N+ volgt postoperatief eerst de chemotherapie <5 weken na de operatie, en nadien de radiotherapie.

 

(Neo-)adjuvante chemotherapie schema’s curatief

AC (dd)-Paclitaxel

Medicament

Dosis

Route

Dag

Adriamycine

60 mg/m2

i.v.

1

Cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

Paclitaxel

80 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

4 x AC, cyclus 14 dagen (24 uur erna gevolgd door G-CSF) + 12x paclitaxel, cyclus 7 dagen. Bij niet goed verdragen kunnen de AC kuren ook elke 21 dagen gegeven worden.

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

neo-adjuvant en adjuvant dose dense

Kuurtoelichting: AC (dd)-Paclitaxel (mamma)

en

Kuurtoelichting: Paclitaxel (AC-P) (mamma)

Docetaxel-Cyclofosfamide

Medicament

Dosis

Route

Dag

Docetaxel

75 mg/m2

i.v.

1

Cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

4-6, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(Neo-)adjuvant, bij verminderde cardiale functie

Kuurtoelichting: Docetaxel-Cyclofosfamide (mamma)

FEC-Docetaxel 

Fluorouracil

500 mg/m2

i.v.

1

Epirubicine

100 mg/m2

i.v.

1

Cyclofosfamide

500 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

3, vervolgens 3 x docetaxel), cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

neo-adjuvant en adjuvant, minder neurotoxisch t.o.v. AC-paclitaxel, maar ook iets minder effectief

Medicament

Dosis

Route

Dag

Toelichting:

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosis fluorouracil aanpassen.

Docetaxel

Docetaxel

100 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

3 cycli, na 3 cycli FEC, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

neo-adjuvant en adjuvant, minder neurotoxisch t.o.v. AC-paclitaxel, maar ook iets minder effectief

Medicament

Dosis

Route

Dag

AC

Medicament

Dosis

Route

Dag

Adriamycine

60 mg/m2

i.v.

1

Cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

6, cyclus 14 (dose dense, 24 uur erna gevolgd door G-CSF) of cyclus 21 dagen 

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant minder neurotoxisch t.o.v. AC-paclitaxel, maar ook iets minder effectief.

Kuurtoelichting: AC (mamma)

CMF i.v.

Medicament

Dosis

Route

Dag

Cyclofosfamide

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

Methotrexaat

40 mg/m2

i.v.

1 + 8

Fluorouracil

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

Aantal cycli

6, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant, minder neurotoxiciteit en cardiotoxiciteit. 1e generatie minder effectief schema. Cyclofosfamide kan ook oraal.

Toelichting:

Cyclofosfamide kan ook oraal; dosering is dan 100 mg /m² op dag 1 t/m 14

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosis fluorouracil aanpassen.

Capecitabine gemetastaseerd

Medicament

Dosis

Route

Dag

Capecitabine

2dd 1250 mg/m2 

p.o.

1-15

Aantal cycli

6-8 cycli , cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

adjuvant na eerder neo-adjuvante chemotherapie en RCBII-III, vooral winst bij TNBC (Create X)

Toelichting

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosis aanpassen. Bij leeftijd > 70 jaar of comorbiditeit overweeg start 1000 mg/m², 2dd.

Endocriene schema’s curatief

Letrozol of Anastrozol

Medicament

Dosis

Route

Dag

Letrozol

2,5 mg

p.o.

continu

Anastrozol

1 mg

p.o.

continu

Aantal cycli

5 – 7 jaar

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

neo-adjuvant en adjuvant

Toelichting:

Keuze maken tussen letrozol of anastrozol.

Tamoxifen, Anastozol of Letrozol (switch)

Medicament

Dosis

Route

Dag

Tamoxifen

20 mg

p.o.

continu 

Letrozol

2,5 mg

p.o.

continu

Anastrozol

1 mg

p.o.

continu

Aantal cycli

2-3 jaar tamoxifen en 3-2 jaar anastrozol of letrozol, totaal 5 jaar, eventueel verlengde therapie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

adjuvant

Toelichting:
Keuze maken tussen anastrozol of letrozol.

Tamoxifen

Medicament

Dosis

Route

Dag

Tamoxifen

20 mg

p.o.

continu

Aantal cycli

5-10 jr.

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant, premenopauze > 40 jaar en man met borstkanker

Tamoxifen-Leuproreline

Medicament

Dosis

Route

Dag

Tamoxifen

20 mg

p.o.

continu

Leuproline(lucrin)

11,25 mg

sc.

1x per 3 maanden

Leuproreline (lucrin)

3,75 mg

sc.

1x per maand

Aantal cycli

5 -10 jaar tamoxifen en 2-5 jaar leuproline

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant, premenopauze

Toelichting:

Leuproline bij voorkeur 5 jaar gebruiken. Bij vervroegd geïndiceerde menopauze cave ontwikkeling osteoporose.

Anastrozol-Leuproreline

Medicament

Dosis

Route

Dag

Anastrozol

1 mg

p.o.

continu

Leuproline(lucrin)

11,25 mg

sc.

1x per 3 maanden

Leuproreline (lucrin)

3,75 mg

sc.

1x per maand

Aantal cycli

5 -10 jaar anastrozol en 2-5 jaar leuproline

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant, premenopauze

Toelichting:

Leuproline bij voorkeur 5 jaar gebruiken. Bij vervroegd geïndiceerde menopauze cave ontwikkeling osteoporose.

 

Behandelingen lokaal recidief en oligometastasen

Bij de behandeling van het lokaal recidief mammacarcinoom is het belangrijk om te kijken naar de lokale situatie en de tumorkenmerken, en tevens stadiëringsonderzoek te verrichten omdat een lokaal recidief prognostisch ongunstiger is dan een primair mammacarcinoom.

 

Bij neo-adjuvante of adjuvante systemische therapie wordt grotendeels gebruik gemaakt van dezelfde middelen, het is belangrijk om de eerder gegeven systeemtherapie mee te wegen in de beslissing tot de huidige behandeling.

Verlengde secundaire adjuvante endocriene therapie kan bij het lokaal recidief overwogen worden, waarbij er geen goede gegevens m.b.t. het restrisico na 5 jaar beschikbaar zijn.

Behandelingen oligometastasen

Bij patiënten met oligometastasen kan n.a.v. het MDO een multidisciplinair behandelplan opgesteld worden, waarbij indien mogelijk een in opzet curatief schema wordt gestart (met dezelfde middelen als bij neo-adjuvante therapie), aangevuld met lokale behandelingen zoals radiotherapie en/of chirurgie. Behandeling in studieverband kan ook overwogen worden.

 

Behandelingen palliatief

Palliatieve behandelingen bij het mammacarcinoom kunnen bestaan uit locoregionale en systemische therapie. Bij verdenking gemetastaseerde ziekte wordt stadiëringsonderzoek gedaan en zo mogelijk opnieuw histologisch onderzoek ter beoordeling tumorkenmerken, die veranderd kunnen zijn t.o.v. de primaire tumor. Een FES-PET-scan kan soms ook overwogen worden. Tumormarkers in het bloed kunnen worden ingezet om het effect van de behandeling te evalueren.

 

De 1e lijns palliatieve behandeling bij gemetastaseerd mammacarcinoom hangt af van de tumorkenmerken, uitgebreidheid van de metastasen, de klachten die de metastasen geven, geslacht en de menopauze status van de patiënt. De responsduur is variabel.

Bij patiënten met gemetastaseerd ER-positief, HER2-negatief mammacarcinoom is endocriene monotherapie de eerste keuze.

Bij een (dreigende) viscerale crisis wordt endocriene therapie met een CDK4/6 remmer geadviseerd (RIGHT Choice studie), ofwel chemotherapie.

Bij de keuze van therpaie dient ook de eerdere adjuvante therapie en de duur na afronden hiervan meegewogen te worden.

Bij ossale metastasen is er tevens een indicatie voor ondersteunende botmedicatie (zoledroninezuur of denosumab + calcium/D, tenzij gecontra-indiceerd, zie sectie mammacarcinoom – algemeen. 

 

Standaardbehandelingen  (stroomschema volgt)

Endocriene therapie

1e lijn

  • aromataseremmer (indien premenopauzaal + ovariële suppressie)
  • alternatief: aromataseremmer + CDK4/6 remmer (liefst pas in 2e lijn, conform SONIA-studie, maar overwegen bij snelle progressie, uitgebreide ziektelast of <1 jaar na afronden adjuvante endocriene therapie)

 

2e lijn

Indien mogelijk wordt in de vervolg lijnen ook endocriene therapie gegeven.

  • na progressie onder aromataseremmer:
    • fulvestrant + CDK4/6 remmer (palbociclib, ribociclib, abemaciclib)
  • na progressie onder aromataseremmer + CDK4/6 remmer:
    • fulvestrant +/- alpelisib (indien PIK3CA mutatie, vooraf PIK3CA status bepalen; mutatie bij ca 30% ER+ tumoren aanwezig)

 

3e lijn

  • na progressie onder fulvestrant +/- CDK4/6 remmer:
    • PIK3CA wildtype: exemestaan +/- everolimus
    • PIK3CA mutatie: fulvestrant + alpelisib
    • Nb vaak treedt endocriene resistentie op na progressie onder CDK4/6 remming
  • bij BRCA1/2 mutatie evt PARP-remmer olaparib of talazoparib
    • na progressie op eerdere endocriene therapie en na antracycline en een taxaan in de (neo)adjuvante of gemetastaseerde setting, tenzij dit gecontra-indiceerd was

 

Latere lijnen

  • o.a. tamoxifen, exemestaan, megestrol, estradiol

 

Chemotherapie

Chemotherapie is de eerste keuze bij snel progressieve of symptomatische ziekte (met name bij viscerale metastasen), of als endocriene therapie niet meer werkzaam is bij ER-positieve tumoren. Er is geen goede volgorde van chemotherapie evidence based vast te stellen, meestal wordt eerst gekozen uit een taxaan, anthracycline of capecitabine. Anthracyclines en taxanen worden als meest effectieve behandeling beschouwd. Combinatiechemotherapie wordt vooral gereserveerd voor fitte patiënten met snel progressieve ziekte. Bij de andere patiënten wordt monotherapie geadviseerd, met een voorkeur voor middelen met een laag bijwerkingenprofiel. Daarnaast moet rekening gehouden worden met eerdere behandelingen, toxiciteit, nier- en/of leverfunctiestoornissen. Bereken bij gebruik van anthracyclines de cumulatieve dosis en controleer de maximale dosis.

Onderstaand diverse opties.

 

  • Anthracyclines:
    • epirubicine
    • liposomaal doxorubicine (na eerdere anthracyclines, minder cardiotoxisch)
    • FEC (5-FU, epirubicine, cyclofosfamide): bij snelle progressie (indien er eerder geen anthracyclines gegeven zijn)
  • Taxanen:
    • paclitaxel wekelijks (of 3-wekelijks docetaxel)
    • eventueel carboplatin toevoegen aan paclitaxel (met name in 1e lijn effectief bij BRCA1/2 gemuteerde tumoren)
  • Orale opties:
    • capecitabine (vooraf DPD bepalen)
    • cyclofosfamide
  • Latere lijnen te overwegen:
    • vinorelbine (bij neurotoxiciteit, icterus of leverproefstoornissen)
    • eribuline (kan na anthracyclines en taxanen ingezet worden)
    • gemcitabine + paclitaxel
    • CMF (cyclofosfamide, methotrexaat, 5-FU; vooraf DPD bepalen)

 

Studies

Voor een actueel overzicht van lopende studies zie:  

Schema’s endocriene therapie +/- doelgerichte therapie palliatief

Letrozol of anastrozol gemetastaseerd

Medicament

Dosis

Route

Dag

Letrozol

2,5 mg

p.o.

continu

Anastrozol

1 mg

p.o.

continu

Aantal cycli

tot progressie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Postmenopauzaal

Toelichting:

Keuze maken tussen letrozol of anastrozol.

Tamoxifen

Medicament

Dosis

Route

Dag

Tamoxifen

20 mg

p.o.

 

Aantal cycli

Tot progressie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Gemetastaseerd postmenopauzaal

Tamoxifen-Leuproreline

Medicament

Dosis

Route

Dag

Tamoxifen

20 mg

p.o.

1dd1

Leuproline(lucrin)

11,25 mg

sc.

1x per 3 maanden

Leuproreline (lucrin)

3,75 mg

sc.

1x per maand

Aantal cycli

5 -10 jaar tamoxifen en 2-5 jaar leuproline

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Gemetastaseerd, premenopauze

Toelichting:

Leuproline bij voorkeur 5 jaar gebruiken. Bij vervroegd geïndiceerde menopauze cave ontwikkeling osteoporose.

Anastrozol-Leuproreline

Medicament

Dosis

Route

Dag

Anastrozol

1 mg

p.o.

continu

Leuproline(lucrin)

11,25 mg

sc.

1x per 3 maanden

Leuproreline (lucrin)

3,75 mg

sc.

1x per maand

Aantal cycli

5 -10 jaar anastrozol en 2-5 jaar leuproline

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Gemetastaseerd, premenopauze

Toelichting:

Leuproline bij voorkeur 5 jaar gebruiken. Bij vervroegd geïndiceerde menopauze cave ontwikkeling osteoporose.

Letrozol of Anastrozole i.c.m. een CDK4/6 remmer postmenopauzaal gemetastaseerd

Medicament

Dosis

Route

Dag

Letrozol

2,5 mg, 1dd

p.o.

continu

Anastrozol

1 mg, 1dd

p.o.

continu

Palbociclib of

ribociclib

Palbociclib 125 mg, 1dd of

Ribociclib 600 mg, 1dd

p.o.

1 t/m 21,

daarna 1 week rust

Aantal cycli

tot progressie; cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Postmenopauzaal, gemetastaseerd

Toelichting

M.b.t. palbociclib en ribociclib: Lab en controles 1 x per 4 weken.

Indien dosisaanpassing palbociclib nodig is 1e stap 100 mg dd x 21 dagen en laatste stap 75 mg x 21 dagen dd cyclus 28 dagen.

Indien dosisaanpassing ribociclib nodig is 1e stap 400 mg dd x 21 dagen en laatste stap 200mg x 21 dagen dd cyclus 28 dagen.

Fulvestrant i.c.m. een CDK 4/6 remmer postmenopauzaal

Medicament

Dosis

Route

Dag

Fulvestrant

500 mg

i.m.

1

Palbociclib of

ribociclib

Palbociclib 125 mg, 1dd of

Ribociclib 600 mg, 1dd

p.o.

1 t/m 21,

daarna 1 week rust

Aantal cycli

tot progressie; cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Postmenopauzaal, gemetastaseerd,

Toelichting

Eenmalig na 14 dagen 1 x extra fulvestrant 500 mg i.m. (diep in bilspier) geven.

M.b.t. palbociclib en ribociclib: Lab en controles 1 x per 4 weken.

Indien dosisaanpassing palbociclib nodig is 1e stap 100 mg dd gedurende 21 dagen en laatste stap 75 mg dd gedurende 21 dagen.

Indien dosisaanpassing ribociclib nodig is 1e stap 400 mg dd x 21 dagen en laatste stap 200mg x 21 dagen dd cyclus 28 dagen.

Fulvestrant, Gosereline en een CDK 4/6 remmer premenopauzaal

Medicament

Dosis

Route

Dag

Fulvestrant

500 mg

i.m.

1x per 28 dagen

Palbociclib of

ribociclib

Palbociclib 125 mg, 1dd of

Ribociclib 600 mg, 1dd

p.o.

1 t/m 21,

daarna 1 week rust

Gosereline

3,6mg

s.c.

1x per 28 dagen

Leuproline (lucrin)

11,25 mg

Sc

1x per 3 maanden

Aantal cycli

Tot progressie; cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

Premenopauzaal, gemetastaseerd

Toelichting

Eenmalig na 14 dagen 1 x extra fulvestrant 500 mg i.m. (diep in bilspier) geven.

M.b.t. palbociclib en ribociclib: Lab en controles 1 x per 4 weken.

Indien dosisaanpassing palbociclib nodig is 1e stap 100 mg dd gedurende 21 dagen en laatste stap 75 mg dd gedurende 21 dagen.

Indien dosisaanpassing ribociclib nodig is 1e stap 400 mg dd x 21 dagen en laatste stap 200mg x 21 dagen dd cyclus 28 dagen.

Fulvestrant

Medicament

Dosis

Route

Dag

Fulvestrant

500 mg

i.m.

1

Aantal cycli

tot progressie; cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Toelichting:

Eenmalig na 14 dagen 1 x extra fulvestrant 500 mg i.m. (diep in bilspier) geven.

Exemestaan-Everolimus

Medicament

Dosis

Route

Dag

Exemestaan

25 mg, 1dd

p.o.

continu

Everolimus

10 mg, 1dd

p.o.

continu

Aantal cycli

tot progressie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Exemestaan 

Medicament

Dosis

Route

Dag

Exemestaan

25 mg, 1dd

p.o.

continu

Aantal cycli

Tot progressie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Fulvestrant met Alpelisib

Medicament

Dosis

Route

Dag

Fulvestrant

500 mg

i.m.

Alpelisib

300 mg 1dd

po

continu

Aantal cycli

tot progressie; cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd, ERposHERneg Pik3CAmutatie

na progressie op eerdere behandeling met endocriene monotherapie en eerdere behandeling met een CDK4/6-remmer

Toelichting
Eenmalig na 14 dagen 1 x extra fulvestrant 500 mg i.m. (diep in bilspier) geven.

Talazoparib (parpremmer)

Medicament

Dosis

Route

Dag

Talazoparib

1mg, 1dd

p.o.

continu

Aantal cycli

continu tot progressie of toxiciteit

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd gBRCA1 of 2 mutatie, HER- 3e lijn  en niet meer na de 3e lijn

Olaparib (parpremmer)

Medicament

Dosis

Route

Dag

Olaparib

300 mg, 2dd

p.o.

continu

Aantal cycli

continu tot progressie of toxiciteit

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd gBRCA1 of 2 mutatie, HER- 3e lijn

 Megestrol of Medroxyprogesteron

Medicament

Dosis

Route

Dag

Megestrol

160 mg, 1dd

p.o.

continu

Medroxyprogesteron

500 mg, 1dd

p.o.

continu

Aantal cycli

Tot progressie

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Schema’s chemotherapie palliatief

Paclitaxel

Medicament

Dosis

Route

Dag

Paclitaxel

80 mg/m2

i.v.

1,8 en 15

Aantal cycli

8, cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

laag (risico 10-30%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Docetaxel

Medicament

Dosis

Route

Dag

Docetaxel

75 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

6, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

laag (risico 10-30%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Capecitabine 

Medicament

Dosis

Route

Dag

Capecitabine

1250 mg/m2 , 2dd

p.o.

1-15

Aantal cycli

cyclus 21 dagen, 8 cycli of tot progressie/ toxiciteit

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Toelichting

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosering aanpassen.

Bij leeftijd >70 jaar of comorbiditeit overweeg start 1000 mg/m2  2 x dd.

 

Liposomaal-Doxorubicine

Medicament

Dosis

Route

Dag

Liposomaal doxorubicine

50 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

12 of tot progressie: cyclus 28 dagen

Emetogeniteitsklasse

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

FEC

Medicament

Dosis

Route

Dag

Fluorouracil

500 mg/m2

i.v.

1

Epirubicine

70 mg/m2

i.v.

1

Cyclofosfamide

500 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

Max. 6; cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

Toelichting

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosis fluorouracil aanpassen.

Carboplatin

Medicament

Dosis

Route

Dag

Carboplatine

AUC 6 *)

i.v.

1

Aantal cycli

6 of tot progressie, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

matig (risico 30-90%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

*)

AUC= Area Under Curve, en wordt gebruikt bij de berekening van carboplatine dosering de kreatinine klaring wordt berekend met de Cockroft Gault formule en de carboplatine dosering wordt vervolgens berekend volgens de Calvert formule.

Wereldwijd worden verschillende AUC doseringen carboplatine gebruikt. Meest gangbaar is AUC 6, maar keuze AUC 5-7 o.b.v. toxiciteit en afronding mag per individuele patiënt gemaakt worden.

Toelichting

Bij BRCA1/2 genmutatie 1e keus middel.

Etoposide

Medicament

Dosis

Route

Dag

Etoposide

100 mg, 1dd   

p.o.

1e kuur dag 1 t/m 7 

2e kuur dag 1 t/m 10

Vanaf kuur 3 dag 1 t/m 14

Aantal cycli

tot progressie;

 

cyclusduur cyclus 1 en 2: 21 dagen

vanaf cyclus 3: 42 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd 3e lijn, en verder.

CMF i.v.

Medicament

Dosis

Route

Dag

Cyclofosfamide 

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

Methotrexaat

40 mg/m2

i.v.

1 + 8

Fluorouracil

600 mg/m2

i.v.

1 + 8

Aantal cycli

6, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

hoog (risico > 90%)

Indicatie(s)

(neo-)adjuvant, minder neuro- en cardiotoxiciteit.

1e generatie minder effectief schema. 

Toelichting

Cyclofosfamide kan ook oraal; dosering is dan 100 mg /m² op dag 1 t/m 14

DPD bepalen in het bloed en zo nodig dosis fluorouracil aanpassen.

Vinorelbine

Medicament

Dosis

Route

Dag

Vinorelbine

30 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

tot progressie of toxiciteit; cyclus 7 dagen

Emetogeniteitsklasse

minimaal (risico < 10%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd

 Toelichting

1e keus bij ernstige leverproefstoornissen.

Eribuline

Medicament

Dosis

Route

Dag

Eribuline

1,23 mg/m2

i.v.

1

Aantal cycli

6, cyclus 21 dagen

Emetogeniteitsklasse

laag (risico 10-30%)

Indicatie(s)

gemetastaseerd